Het plussen en minnen bij TTL flitsen

/Het plussen en minnen bij TTL flitsen

De meeste fotografen werken met een flitser op de camera. Het grote voordeel is hierbij dat je dan kunt TTL flitsen. TTL staat voor “Through The Lens” en wil zeggen dat de camera het flitslicht meet dat door de lens komt, waardoor de juiste belichting kan worden bepaald.
Flitsen belichtingscompensatie
In een eerder artikel heb ik uitgelegd hoe manueel flitsen werkt. Voor een goede belichting moet je aan de slag met je rekenmachine of met een tabel om de juiste flitssterkte uit te rekenen voor een goede belichting. Met TTL flitsen wordt al het rekenwerk je uit handen genomen en kun jij je concentreren op de leuke zaken, het maken van een mooie foto.

Hoe weet de camera nu precies hoe op welk vermogen de flitser moet flitsen? De camera geeft de flitser opdracht om net voor het maken van de opname een zogenaamde voorflits te geven. De camera meet deze voorflits en bepaald het flitsvermogen voor een juist belichte foto.

Helaas heeft de lichtmeter van de camera het niet altijd bij het rechte eind. We kennen allemaal het effect dat de camera zich laat foppen door lichte of donkere vlakken in het beeld waardoor de foto resp. onder- of overbelicht raakt. Dat is met TTL flitsen niet anders. De camera weet niet wat jij als fotograaf wilt vast leggen en al helemaal niet hoe. De camera is niet creatief, dan ben jij.

Als je fotografeert in de P, A (Av) of S (Sv) belichtingsmodus, heb je af en toe dat de camera een opname te licht of te donker maakt. Dit komt omdat de lichtmeter houdt van gemiddelde waarden. Fotografeer je een voornamelijk donker onderwerp, of iemand op een donkere achtergrond, wil de camera de hele boel lichter maken. De foto zal lichter worden dan jij had bedoeld. Bij een voornamelijk helder onderwerp, of bij een heldere achtergrond, zal de foto te donker worden.

De oplossing in deze situaties is gebruik maken van de +/- knop op je camera: de belichtingscompensatie. Was de opname te donker, stel je de belichtingscompensatie in op bijv. +1, de opname wordt nu 1 stop lichter. Bij de A (Av) stand wordt de sluitertijd een stop langer en in de S (Sv) stand zal het diafragma een stop verder opengezet worden. Was de opname te licht dan zet je de belichtingscompensatie op bijv. -1 en je opname wordt 1 stop donkerder. Door te spelen met de +/- knop vind je uiteindelijk de juiste belichtingsinstelling voor de foto zoals jij hem wilde maken.

Met TTL flitsen heb je ook de mogelijkheid om in te grijpen op de belichting. Voor de flitsbelichting heeft je camera een speciale +/- functie, de flitsbelichtingscompensatie. Sommige camera’s hebben hiervoor een aparte knop op de behuizing, bij andere camera’s is het een menuoptie (kijk even in de handleiding waar de functie bij jou zit). Het werkt precies hetzelfde als bij de gewone belichtingscompensatie zoals ik hierboven heb geschreven. Te veel flitslicht dan minnen, te weinig flitslicht, dan plussen. Met de flitsbelichtingscompensatie stel je de hoeveelheid flitslicht in, de belichting van het omgevingslicht veranderd niet.

Als je de flitser buiten gebuikt om een invulflits te geven, zal je heel vaak de flitsbelichtingscompensatie functie moeten gebruiken. Een invulflits moet subtiel zijn en bijna niet zichtbaar. In onderstaande voorbeelden is goed te zien hoe je de flits kunt gebruiken om schaduwen op te helderen d.m.v. een invulflits.

De eerste opname is zonder flits. De zon geeft nare schaduwen in het gezicht en de ogen zijn nauwelijks zichtbaar. In dit soort gevallen is een invulflits nodig.

De tweede opname is met flits en zonder compensatie. De camera heeft een goede belichting gekozen, de opname istechnisch gelukt. De camera gaat ervan uit dat de flitser het hoofdlicht is en stelt zich daarop in. Het flitslicht heeft echter alle sfeer uit de opname gehaald; de flitser moet duidelijk zachter.

De derde opname is met een flitsbelichtingscompensatie van -2 stop. Het flitslicht is nu duidelijk minder aanwezig. Het flitslicht licht de donkere schaduwpartijen iets op en laat de ogen wat meer leven.

Bij de laatste foto stond de flitsbelichtingscompensatie op -1 stop. Deze opname is het aandeel flitslicht duidelijk groter. De schaduwen zijn meer opgehelderd en de ogen zijn ook lichter.

Het is een kwestie van smaak en gewenst effect welke flitscompensatie voor jou het beste werkt. Mijn ervaring is, dat ik in dit soort situaties vaak uitkom op een flitsbelichtingscompensatie van -1.7 stop.

Geen flits, alleen omgevingslicht

Flits zonder compensatie

Flits compensatie -2 stops

Flits compensatie -1 stop

Je ziet overigens in deze voorbeelden heel goed dat de flitsbelichtingscompensatie de belichting van het omgevingslicht niet veranderd. De belichting van de achtergrond blijft steeds hetzelfde op alle foto’s.

Kijk ook eens naar mijn workshop flitsen, echt iets voor jou!
By | 2017-09-06T13:18:28+00:00 oktober 10th, 2016|Basiskennis fotografie|2 Comments

2 Comments

  1. Wim Latour 21/11/2018 at 12:26 - Reply

    Goedemiddag Henk Hennuin.

    Ik heb een vraag hopende dat u mij hiermee kan helpen.
    Ik wil portret foto’s gaan maken heeft het dan zin om TTL te gebruiken met twee flitsers.
    omdat deze op een andere plek staan dan de camera.Omdat immers het licht gemeten wordt door de lens.
    Of heeft dat totaal geen zin hopende dat u mij hiermee kan helpen.

    Met vriendelijke groet, Wim Latour

    • Henk Hennuin 21/11/2018 at 15:01 - Reply

      Beste Wim,
      TTL gebruik ik persoonlijk alleen als de afstand van mijn flitser t.o.v. mijn onderwerp continue verandert (flitser op de camera). Dus bij meer journalistiek werk. Bij een portret met meerdere flitsers is dat niet het geval. Een maal de flitsers opgesteld en het model neergezet, verandert er aan de situatie niet veel meer. Bij portretten en zeker als je meer dan 1 flitser gaat inzetten, zou ik ervoor kiezen om beide flitsers manueel in te stellen. De belichting van je model is veel contanter dan wanneer je voor de TTL-stand kiest.

      Veel succes,
      Groet Henk

Leave A Comment